Paul Keres maakt gehakt van Magnus

Op papier was het een mooi affiche: ‘Paul Keres tegen Magnus’, dat zijn nógal een namen in de schaakwereld. De praktijk viel echter tegen, vooral voor het team uit Leidsche Rijn, want Paul Keres 4 liet zaterdag geen spaan heel van Magnus 1. Gelukkig zorgde de inrichting van de speelzaal ervoor dat er toch nog iets te lachen viel.

Voor aanvang was het nog even zoeken geweest naar de nieuwe thuishaven van de Keresianen. Een optocht van slecht geklede mannen die zich van Utrecht CS richtig het speellokaal ‘Tribes’ begaf, wees ons echter de weg. ‘Tribes’ moet je uit spreken als ‘Traajps’ en is de naam van een vergaderlocatie in een in de jaren ’80 gebouwd kantoorgebouw aan het Smakkelaarsveld. Eenmaal binnengekomen troffen wij een soort bijenkorf van vergaderruimtes met werkplekken waarvan de inrichting gebaseerd was op nomaden uit Ethiopië. Hahahahaha, pathetisch. Dat slaat als een tang op een varken. Maar ja, niet elke schaakclub kan zich de luxe veroorloven van een speellocatie met de grandeur en het cachet van het Leidsche Rijn College.

De veelbelovende entree van de speellocatie, voor ons op de gevoelige plaat vastgelegd door Het Utrechts Archief. Het interieur was niet om over naar huis te schrijven. Wel om op een website over te publiceren.

Maar op naar de match. Jelle was als eerste klaar en haalde met zwart een knappe remise. Niet slecht als je naar het ratingverschil tussen hem en zijn tegenstander kijkt. Ook niet slecht als je daar niet naar kijkt, want we weten allemaal dat Jelle gewoon een heel mooie pot op de mat kan leggen. En aldus geschiedde.

Dat kan helaas niet gezegd worden van de partij van Bas. Hij viel echt finaal door de mand deze middag. Ongeveer anderhalf jaar heeft hij de schijn op weten te houden en de illusie gewekt dat hij kan schaken, maar vandaag legde zijn tegenstander zonder scrupules de vinger op de zeker plek. De loop van de stukken, díe kent Bas, maar een fatsoenlijke partij spelen, dat is van een heel andere orde. Wég met die man, nu het nog kan. Want wat hij doet, dat heeft met schaken helemaal níets te maken.

Op bord 3 trok Tom de stand weer gelijk. Tom had zijn tegenstander met een lelijke dubbelpion op de f-lijn opgezadeld en gaf hem geen tijd om te rokeren. Enig gevaar via de a-lijn werd door Tom vakkundig gepareerd en niet veel later hield zijn tegenstander het voor gezien.

Op de andere borden zag het er echter niet bepaald rooskleurig uit. Gelukkig gaf op dat moment non-playing captain Dirk acte de présence en dat bezorgde het team overduidelijk een boost. Mika stond ineens een pion voor en ook Bessel en Isafara waren nog volop in de race om minimaal een half puntje binnen het halen. En waarachtig daar voegde Isafara de de daad bij het woord en vlocht een ondekbare matdreiging over de lange diagonaal in de stelling, waardoor haar tegenstander (ondanks een vrije a-pion) direct kon opgeven.

De opleving was echter van korte duur. Steven had een veelbelovende koningsaanval (met loperoffer en al) zien stranden en stond nu gewoon materiaal achter. Bessel was in hevige tijdnood gekomen en kon geen goede zetten meer vinden, zodat ook hij achter het net viste. Paul Keres was bezig gehákt te maken van Magnus.

De extra vrijpion in het dame-eindspel bij Mika bleek niet genoeg voor de winst. Eeuwig schaak lag op de loer en Mika zocht lang naar een manier om die dreiging te pareren, maar moest uiteindelijk genoegen nemen met remise.

Polle was in het middenspel een pion verloren, en deed in het eindspel nog een dappere poging om nog een half puntje te redden, maar moest zich uiteindelijk gewonnen geven. Daarmee kwam de eindstand op 5-3 en was Paul Keres de verdiende winnaar.

Die nacht gebeurde er iets merkwaardigs. Alle Magnusspelers hadden dezelfde droom en die ging ongeveer als volgt. Magnus was in het kader van een uitwedstrijd op de fiets naar Addis Abeba gekomen. Om de ingang van het speellokaal te vinden, volgden de teamleden een groepje goed geklede Ethiopische Hamar. De vergaderlocatie richtte zich op kantoornomaden, en de inrichting was gebaseerd op de inheemse bevolking van Midden-Nederland. Aan de muren hingen portretfoto’s van stamleden als Frank Masmeijer, John van Loen en Ankie Broekers-Knol. In de kantine werden witte kadetjes met hagelslag en karnemelk geserveerd.